Ingebruikname – Dexaplan BA 611 Benutzerhandbuch
Seite 23

22
Ingebruikname
Niet toegewezen geheugenplaatsen worden door
middel van “- - - - - - - - - - - - - -” weergegeven.
Wacht ongeveer 10 sec. - de weergavemodus scha-
Wacht ongeveer 10 sec. - de weergavemodus scha-
kelt automatisch weer uit.
Overzicht van de geluiden
Geluid
Betekenis
Drie piepgeluiden
De uitgangsvertraging is actief,
de activering van de telefoonkiezer
voor alarm- en noodgevallen is
pas na 55 sec. uitgangsvertraging
actief.
Sirenealarm
De sirene klinkt
1.
geactiveerd door de bewe-
gingsregistratie - na de ingestelde
ingangsvertraging in het interval:
30 sec. aan – 30 sec. pauze –
30 sec. aan.
2.
geactiveerd door indrukken
van de toets “PANIC”
u
resp.
:
als paniekalarm
Eenvoudig
gonggeluid
Gongschakelaar werd op stand
“I” ingesteld, gongfunctie is nog
niet actief.
Twee
gonggeluiden
Beweging werd geregistreerd,
gongfunctie is actief.
Batterijen vervangen
Alarmeenheid
Wanneer de LED
q
alle 3 sec. een keer oplicht
(vanaf ca. 7,7V + / - 0,5V), dient u de 9V blokbatterij te
vervangen. Vervang de batterij zoals in het hoofdstuk
“Stroomverzorging” onder “Alarmeenheid - 9V blokbat-
terij” beschreven staat.
In geactiveerde toestand wordt de alarmeenheid nog
ca. 24 uur - nadat de LED
q
begon te knipperen -
door de batterij met stroom verzorgd.
Afstandsbediening
Wanneer de controle-LED
a
bij de bediening van de
toetsen op de afstandsbediening zwakker en / of de reik-
wijdte geringer wordt, moet de batterij worden vervangen
(batterij 12V, alkalisch (type CN 23 A of L1028)).
Schuif het deksel van het batterijvak
f
met lichte
druk naar beneden (zie afb. M).
Vervang de batterij door een nieuwe.
Plaats de nieuwe batterij overeenkomstig de juiste
polariteit (zie opschrift in het batterijvak).
Schuif het deksel van het batterijvak weer op de
behuizing.
Controleer de functie van de afstandsbediening.
Optionele aansluitingen
Om optionele externe apparaten te kunnen aansluiten,
moet u de daarvoor vereiste alarmklemmen aan de alar-
meenheid toegankelijk make.
Verwijder de schroef
S
van het deksel van het aan-
sluitingsvak (zie afb. E) met behulp van een kruis-
kopschroevendraaier.
Schuif de schroevendraaier in de uitsparing
G
en
til het deksel van het aansluitingsvak eerst op en
verwijder het.
Nu kunt u de gewenste aansluitingen op de aan-
Nu kunt u de gewenste aansluitingen op de aan-
sluitklemmen
F
(zie “Beschrijving van de aanslui-
tingen”) uitvoeren. Gebruik kabels met een aderdia-
meter van 0,2 - 0,3 mm, bijv. een telefoonkabel.
Voer alle aangesloten kabels door de uitsparing
G
uit de alarmeenheid naar buiten.
Plaats het deksel van het aansluitvak
A
weer terug.
Draai de schroef
S
van het deksel van het aanslui-
tingsvak weer vast.
Beschrijving van de aansluitingen (zie afb. N).
INPUT : bij onderbreking van de verbinding naar
wordt een gonggeluid (bij ingeschakelde gong-
functie) of een alarm (in geactiveerde toestand
van de alarmeenheid) geactiveerd, echter pas
vanaf het einde van de uitgangsvertraging.
Wanneer de klem na de uitgangsvertraging
niet met verbonden is, wordt geen alarm
geactiveerd.
:
0V (massa)
SIREN *: 12V
(max. 150 mA) bij activering van
het alarm (ongeacht het feit of de interne sire-
ne in- of uitgeschakeld is).
NA:
geen functie.
Sirene *:
u kunt een externe sirene (niet bij de levering inbegre-
pen) met 9 of 12V DC, max. 150 mA met de klemmen
en SIREN verbinden.
Reedcontact:
U kunt een reedcontact (magneetcontact als openings-
melder (NC), niet bij de levering inbegrepen) als deur- of
raamopener met de klemmen INPUT en verbinden. U
kunt tot max. 6 reedcontacten in serie aansluiten.
NL